Wat als het kabinet linksom gaat? Dan schuift betaalbaarheid nog nadrukkelijker naar voren als toets voor woningbouwplannen. Daarmee begint volgens Jos Hesselink van Cushman & Wakefield wel meteen de echte vraag hoe die ambitie uitvoerbaar wordt.
'Want betaalbaarheid afspreken en vastleggen is iets anders dan betaalbare woningen realiseren. Op papier kan het Rijk bepalen waar, hoeveel en binnen welke termijn er gebouwd moet worden. Gemeenten kunnen worden beloond als zij doelen halen en hulp krijgen als zij achterblijven. Ook dat past bij de roep om meer regie.
De aantrekkingskracht daarvan is begrijpelijk. In een markt waarin schaarste groot is en betaalbaarheid onder druk staat, klinkt sturen op betaalbaar aanbod logisch. Woondeals met een stevig aandeel sociale huur en betaalbare koop maken betaalbaarheid niet nieuw, maar wel nadrukkelijk leidend in de uitvoering.
Lees ook: Linksom of rechtsom: de woningmarkt wacht op politieke richting
Maar hoe nadrukkelijker betaalbaarheid leidend wordt, hoe belangrijker de rekensom erachter wordt. Meer betaalbare woningen vragen om grondbeleid, subsidies, kostenverhaal en afspraken met corporaties en marktpartijen die ook financieel uitvoerbaar zijn. Als die samenhang ontbreekt, verschuift het probleem van politiek draagvlak naar projecthaalbaarheid.
Daarbij verschuift ook de rolverdeling. Een linksom koers betekent dat het Rijk niet alleen richting geeft, maar ook nadrukkelijker gaat bepalen welke gemeenten achterblijven en waar het Rijk moet bijspringen om doelen alsnog dichterbij te brengen. Dat kan de uitvoering versnellen waar lokale besluitvorming stokt, maar het maakt de vraag naar capaciteit, grondposities en financiële haalbaarheid des te urgenter.
Tegelijk laat de recente steun voor de Wet versterking regie volkshuisvesting zien dat de scheidslijn niet altijd strak links-rechts loopt. Ook partijen rechts van het midden kunnen regie steunen als die bijdraagt aan meer woningen. Maar brede steun voor regie is nog geen antwoord op de vraag hoe gebiedsontwikkelingen uitvoerbaar blijven.
Daar zit de spanning die in het woningdebat vaak onderbelicht blijft. Betaalbaarheid en rendement worden tegenover elkaar gezet, maar in de praktijk zijn ze aan elkaar verbonden. Zonder rendement geen investeringsbereidheid. Zonder betaalbaarheid geen maatschappelijk draagvlak. De kunst is niet om één van beide te negeren, maar om ze in dezelfde route te krijgen.
Die instrumenten grijpen direct in op de businesscase van gebiedsontwikkeling. Actiever grondbeleid, voorkeursrecht, kostenverhaal en subsidies kunnen publieke doelen dichterbij brengen, maar veranderen ook de verdeling van risico’s en opbrengsten. Daarom moet vooraf duidelijk zijn welke partij welke verantwoordelijkheid draagt.
Lees ook: Rechtsom op de woningmarkt: Snelle route vraagt ook om betaalbaarheid
Dat is geen technische vraag maar een fundamentele. Als de lasten van betaalbaarheid te eenzijdig bij één partij terechtkomen, komt de uitvoering onder druk. Als de overheid wel doelen stelt maar onvoldoende duidelijk maakt hoe risico’s, opbrengsten en verantwoordelijkheden worden verdeeld, groeit het risico dat ambities blijven steken in bestuurlijke afspraken.
Daarom is linksom sturen geen simpele keuze voor sociale doelen en tegen de markt. Het is vooral een test op uitvoerbaarheid. Kan het kabinet betaalbaarheid centraal zetten en tegelijk de voorwaarden organiseren waaronder die woningen ook echt gebouwd worden? Anders wordt betaalbaarheid wel het uitgangspunt, maar niet de uitkomst.'
Jos Hesselink is Research Lead bij Cushman & Wakefield
