Vastgoedondernemingen mogen maar een deel van de rente over leningen aftrekken van de belasting. Zadelhoff is het daar niet mee eens en heeft nu besloten belastingaanslagen van 2022 en 2023 aan te vechten bij de rechter.
Dat heeft Het Financieele Dagblad gemeld. Volgens Zadelhoff zijn investeringen onder het huidige fiscale regime niet rond te breien. Woningcorporatie Stadgenoot nam eerder al een vergelijkbare positie in, Zadelhoff is de eerste private onderneming die stappen onderneemt. Corporaties hikken al jaren aan tegen de beperkte aftrekbaarheid van bepaalde rentes en 140 van hen hebben al bezwaar gemaakt.
Bij Zadelhoff gaat het volgens het FD om € 3 mln aan rente uit 2022 enin 2023 en 2024 telken jare € 10 mln. Wat steekt is dat deze rentes volgens het bedrijf bedrijfskosten zijn. Waarom zou je die niet kunnen aftrekken van de belastbare winst? Nu wordt hier 25,8% belasting over geheven.
Volgens belastingadviseur en internationaal fiscalist Bartjan Zoetmulder van Loyens & Loeff, die Zadelhoff vertegenwoordigt, heeft Nederland de Europese regels, die stammen van 2019, veel te streng geïnterpreteerd. Wat geprobeerd werd tegen te gaan was leningen uit laagbelastende landen door te sluizen naar hoogbelastende landen. Die rentes moesten dan beperkt aftrekbaar worden. In Nederland is geen sprake van dit soort leningen, die als belastingontwijking kunnen worden geclassificeerd. Ondernemingen lenen rechtstreeks van geldverstrekkers. Toch besloot Nederland weer het beste jongetje van de klas te spelen en liet ook deze ondernemingen onder de aftrekbeperkende regels laten vallen.
Zoetmulder hoopt uit te komen bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg die dan een uitspraak kan doen over de te enge interpretatie in Nederland.
