Kabinet wil beleggers paaien om mee te doen aan infrastructuurprojecten. Dat is nodig omdat er niet genoeg geld is om alle projecten uit te voeren. Nieuwe projecten worden uitgesteld, waaronder de Lelylijn,
Het kabinet wil de aanleg van nieuwe infrastructuur, waaronder de Lelylijn, straks ook gaan betalen via alternatieve financiers zoals de Europese Investeringsbank (EIB) en pensioenfondsen. Zo wil het kabinet meer projecten aanpakken dan nu mogelijk is via de eigen begroting.
‘Ik verwacht veel van het traject met de EIB’, zegt staatssecretaris Annet Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) in een interview met het FD. ‘Er zijn ook andere manieren waarop je bepaalde infrastructuur kunt financieren dan alleen met de huidige systematiek.’
Grote opknapbeurt
Bertram en minister Vincent Karremans (Infrastructuur, VVD) hebben vrijdag bekendgemaakt dat het Rijk prioriteit geeft aan onderhoud en ‘instandhouding’ van infrastructuur. Daarna krijgen projecten voorrang die de grootste toevoeging vormen voor de Nederlandse economie en die de woningbouw vooruithelpen. Het kabinet kiest voor plannen waarvoor geen alternatief is.
Dat gaat voorlopig ten koste van 29 andere projecten. Ook voor de Lelylijn is geen extra geld. Die spoorlijn, die Amsterdam via Flevoland verbindt met Groningen, moet € 15 mrd kosten. De aanleg is een vurige wens van de noordelijke provincies.
Verder wordt de aanpak van tientallen bestaande infrastructuurprojecten op pauze gezet, terwijl daar al afspraken over waren gemaakt met regionale bestuurders. Zo verstrekt het kabinet geen € 270 mln voor de capaciteitsvergroting van de Randstadrail tussen Den Haag en Rotterdam en is er geen geld voor de noordelijke tunnel van het Zuidasdok in Amsterdam. De € 1 mrd die eerder was uitgetrokken voor verbreding van de A27 Amelisweerd bij Utrecht wordt volledig geschrapt, nu de Raad van State het tracébesluit eerder dit jaar heeft vernietigd.
‘Tamelijk uitzichtloze toestand’
De speciaal aangestelde Lelylijngezant Klaas Knot adviseerde enige tijd geleden € 400 mln per jaar te sparen voor de Lelylijn, maar jaarlijks geld opzijleggen is in de huidige situatie – met een groot tekort op infrastructuur – ‘een tamelijk uitzichtloze toestand’, zegt Bertram. Volgens haar houdt het kabinet vast aan het beleid dat een project pas begint als 75% van het geld er is. ‘Reken maar uit hoe lang het dan duurt voor dat geld er is voor de Lelylijn.’
Toch gaat het plan wat haar betreft nog niet van tafel. ‘We gaan er wel alles aan doen om het mogelijk te maken’, zegt de CDA-bewindsvrouw. Een nieuwe commissie met voormalig DNB-president Knot, oud-voorzitter van pensioenfonds ABP Corien Wortmann en voormalig ambassadeur Ed Kronenburg moet het nut en de noodzaak van de Lelylijn nog één keer onder de loep nemen. Het drietal moet ook nadrukkelijk kijken naar andere financieringsvormen.
Het kabinet sprak al met de EIB, die veel infrastructuurprojecten in andere Europese landen financiert. ‘Ze zeggen daar dat ze Nederland niet zoveel zien’, zegt Bertram. ‘Dus wij zijn wel geïnteresseerd om na te denken over de funding van dit soort belangrijke lijnen.’
‘Concrete investeringsmogelijkheden’
Ook pensioenfondsen moeten een kans kunnen krijgen om te investeren. Bertram ziet bij ‘bepaalde trajecten rondom Schiphol’, zoals het Zuidasdok, kansen voor bijvoorbeeld voorfinanciering via pensioenfondsen. Maar is dat niet riskant, gezien de vertraging die infrastructuurprojecten vaak opleveren? ‘Je moet hoe dan ook je rendement halen. Dus het allermoeilijkste traject dat er bestaat, dat doe je misschien niet als pensioenfonds. Maar er zijn wel degelijk trajecten waar interesse in is.’
‘We zijn van de lange termijn, dus daar passen woningbouw en infrastructuur ook bij’, zegt een woordvoerder van pensioenbeleggersbrancheclub De Pensioenfederatie. ‘Maar op voorhand kunnen we daar weinig mee. We willen eerst de concrete investeringsmogelijkheden zien en dan bepaalt een individueel pensioenfonds of het wel of niet instapt op projecten die op langere termijn een goed pensioenrendement opleveren.’
Daarnaast wil het kabinet experimenteren met duurdere tickets, bijvoorbeeld rond Amsterdam en Schiphol. In andere Europese landen betalen reizigers al een extra heffing. ‘Daarmee kun je ook meer financieren’, zegt Bertram, maar dat geldt wel vooral voor de situatie in de hoofdstad. Deze vormen van alternatieve financiering zijn ‘niet altijd zaligmakend’, benadrukt het kabinet.
