Kabinet niet afkerig van fiscale versoepeling voor buitenlandse woningbeleggers

Het kabinet kijkt heel voorzichtig of er in fiscale zin wat gesleuteld kan worden om buitenlandse vastgoedbeleggers (en dan met name pensioenfondsen) weer richting de Nederlandse markt te lokken.

Dat valt af te leiden uit de antwoorden van volkshuisvestingsminister Boekholt-O'Sullivan op Kamervragen van CDA-leden Steen en Van Dijk over de berichten rond de recente redemptieverzoeken bij Vesteda. In elk geval wordt in kaart gebracht wat de earningsstrippingmaatregel voor effect heeft gehad op de vastgoedmarkt en wordt bekeken of iets kan worden gedaan aan de pensioenfondsvrijstelling voor de winstbelasting, waar veel buitenlandse fondsen nu niet van kunnen profiteren.

Boekholt geeft net als bij eerdere antwoorden aan dat ze de verwachte uitponding van huurwoningen en de afname van nieuwbouw met lede ogen aanziet. 'Dit baart het kabinet zorgen omdat een gezonde voorraad aan (midden)huurwoningen bijdraagt aan een goed functionerende woningmarkt.'

Geen andere gevallen bekend

Ook de minister weet niet hoeveel kapitaal er is uitgestroomd bij woningfondsen en welke investeerders redempties hebben aangevraagd. 'De nationaliteit van deze investeerders betreft geen openbare informatie. Het kabinet is niet bekend met vergelijkbare situaties als bij Vesteda.' Wel ziet ook Boekholt dat de voorraad huurwoningen in direct bezit van internationale beleggers in 2025 is gedaald tot ruim 72.500, terwijl dat in 2024 nog ruim 80.000 huurwoningen waren. Het aandeel van buitenlandse investeerders in nieuwbouwhuurwoningen is sinds 2022 gezakt van 32% naar 1%. 'Het vertrek van buitenlandse investeerders uit de Nederlandse woningmarkt is een zorgelijke ontwikkeling, omdat Nederland voor een grote nieuwbouwopgave staat in de huursector, waar veel investeringen voor nodig zijn.'

Buitenlandse pensioenfondsen niet anders behandeld

Boekholt wil de fiscale behandeling van buitenlandse pensioenfondsen niet de grootste bepalende factor noemen bij de bereidheid om in Nederland te investeren in woningbouw. Wel heeft onderzoeksbureau SEO de aanbeveling gedaan de toepassing van de pensioenfondsvrijstelling in de vennootschapsbelasting bij buitenlandse pensioenfondsen nader te onderzoeken.

Maar de Nederlandse vennootschapsbelasting maakt geen onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse pensioenfondsen, zo laat de minister weten. Beperkende factor is wel dat de vrijstelling alleen geldt voor pensioenregelingen die overeenkomen met een Nederlandse pensioenregeling. Volgens Boekholt bekijkt de Belastingdienst of en zo ja welke voorwaarden in het betreffende beleidsbesluit 'modernisering behoeven'. 'Voor zover de knelpunten binnen het huidig rechtskader kunnen worden weggenomen kan dit gebeuren door middel van kennisgroepstandpunten die worden gepubliceerd op de website van de Belastingdienst en/of door aanpassing van het beleidsbesluit.' Zo zijn er onlangs twee kennisgroepstandpunten gepubliceerd om duidelijkheid te geven over de toepasselijkheid van de pensioenfondsvrijstelling.

Terugdraaien van de wijzigingen in het zogeheten fbi-regime, waardoor buitenlandse partijen belastingvoordelen zijn kwijtgeraakt, is niet aan de orde. 'Dat zou betekenen dat in bepaalde gevallen buitenlandse investeerders al dan niet onbedoeld opnieuw Nederlandse belastingheffing zouden kunnen ontlopen.' Introductie van een speciaal regime voor vastgoedinvesteerders is ingewikkeld.

Earningsstripping onder de loep

Wel wil Boekholt kijken naar de gevolgen van de earningsstrippingmaatregel uit 2019: een renteaftrekbeperking waarmee wordt voorkomen dat bedrijven de winst via leningen (tegen hoge rente) van zusterbedrijven in belastingparadijzen afroomden zonder dat daar vennootschapsbelasting over wordt afgedragen. Die maatregel raakte de hele woningmarkt. 'Het kabinet zal verkennen of, en zo ja in hoeverre, de effecten van deze maatregel voor vastgoedbedrijven beter in beeld kunnen worden gebracht aan de hand van de bij de Belastingdienst beschikbare gegevens.'

 

Laatste nieuws

Evenementen