Box 3: 'rare' bijtelling voor vastgoed leidt 'hoe dan ook tot gedoe'

Vanaf 2028 krijgen vastgoedbezitters in box 3 te maken met een bijtelling. Maar de uitgangspunten daarvoor staan ver weg van de realiteit, zo stelt belastingadviseur Cor Overduin.

Volgens hem is de vormgeving van de bijtelling typerend voor de box 3-problematiek. 'Er wordt weer gewerkt met een forfait dat de werkelijkheid niet benadert, de Belastingdienst wordt weer opgezadeld met een hoop werk en het gaat geheid weer tot juridische procedures leiden.'

In het nieuwe box 3-gaan particuliere beleggers of mensen met een tweede woning belasting betalen over hun werkelijke rendement: huurinkomsten en de waardestijging van het onroerend goed. Wie een leegstaande pand heeft of het eigen vakantiehuisje (deels) zelf gebruikt, krijgt te maken met een bijtelling als de jaarlijkse huuropbrengsten niet hoger zijn dan 3,35% van de WOZ-waarde. Dat percentage wordt dan opgeteld bij het inkomen en is afgeleid van de huurwaarderatio tussen 2019 en 2021. 

Bijtelling van 2,25%

Maar dat is niet realistisch, vindt Overduin. Zo worden alle soorten vastgoed op één hoop gegooid. 'Er bestaat bijvoorbeeld nogal een verschil tussen een kantoorpand in Haulerwijk en een pand op twee minuten lopen van Amsterdam Centraal.' Hij vindt het oneerlijk  om bij het bepalen van de huurwaarderatio uit te gaan van de WOZ-waarde, die vaak achterloopt op de werkelijke waarde. Erfpacht, wat de waarde van het pand drukt, blijft buiten beschouwing. Overduin vindt een bijtelling van 2,25% een beter idee.

Hoe dan ook gedoe

De belastingadviseur ziet de bezwaren al voor zich: 'Stel dat je een leegstaand winkelpand hebt. Als jij tijdelijk geen huurder vindt, heb je daarvan geen enkel voordeel. Toch betaal je er belasting over. Dat gaat hoe dan ook tot gedoe leiden.' De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen om de vastgoedbijtelling te actualiseren vóór de nieuwe wet ingaat, maar Overduin vraagt zich af of er überhaupt wel een reëel forfait mogelijk is. 

Bron: Haarlems Dagblad