Er is meer onderzoek nodig naar het woonruimteverdelingssysteem in Ridderkerk en 11 omliggende gemeenten, zo heeft de afdeling bestuursrecht van de Raad van State besloten. Voorlopig is een eigen systeem in de Zuid-Hollandse gemeente nog niet aan de orde.
De gemeente Ridderkerk en 11 andere grote gemeenten in het Rijnmondgebied hebben al geruime tijd mot over het regionale verdelingssysteem voor sociale huurwoningen. Ridderkerk wil zich aan deze regeling ontrekken, omdat de gemeente kampt met een overmatige vraag naar huurwoningen van bewoners uit de omliggende gemeenten, met name uit Rotterdam. De "eigen" inwoners komen komen daarom ook in de lange wachtrij. In totaal zijn zo'n 30.000 mensen op zoek in de gemeente die ongeveer 48.000 inwoners telt.
Aanwijzing provincie
Eind vorig jaar werd de discussie op de spits gedreven toen Ridderkerk aangaf de opzet van een eigen woonruimtesysteem, dat voorrang geeft aan Ridderkerkers, door te willen zetten. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft Ridderkerk vervolgens een aanwijzing gegegeven om alsnog met de buurgemeenten tot een gemeenschappelijke regeling te komen. Daartegen tekende Ridderkerk bezwaar aan bij de Raad van State.
Geen voorlopige voorziening
De afdeling Bestuursrecht ziet anders dan de gemeente Ridderkerk niet het spoedeisende belang om een voorlopige voorziening te treffen. De gemeente Ridderkerk vreesde dat de provincie per 11 februari een gemeenschappelijke regeling zou opleggen. Die datum was volgens de Raad van State echter niet haalbaar mede omdat ook andere gemeenten binnen de samenwerking aangaven niet tijdig aan de aanwijzing van de provincie te kunnen voldoen.
Vrijwilligheid uitgangspunt
De afdeling Bestuursrecht gaat vooralsnog wel uit vrijwilligheid als uitgangspunt van een een gemeenschappelijke regeling. De afdeling: 'Enerzijds is er het gestelde belang van het college van gedeputeerde staten en de elf verzoekende gemeenten om de regionale samenwerking, gezamenlijke inzet en afstemming te continueren, om zo te komen tot een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte. Anderzijds is er het gestelde belang van het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk om gevrijwaard te blijven van het ingrijpen in de gemeentelijke autonomie niet te worden geconfronteerd met een opgelegde gemeenschappelijke regeling waaraan zij niet deel wenst te nemen.'
Geen jurisprudentie
De belangenafweging valt volgens de Raad van Staten niet gemakkelijk te beoordelen, omdat er nog geen jurisprudentie over is. Volgens de afdeling is er ook meer onderzoek nodig naar de lokale en regionale woningmarkt. Het leidt er toe dat het verzoek van de provincie om per 11 februari een nieuwe regeling op te kunnen leggen is afgewezen. Wel staat het de provincie vrij om alsnog met de betrokken gemeenten een nieuwe regeling te ontwerpen.
Eigen systeem niet klaar
Verder is ter zitting gebleken dat het lokale woonruimtebemiddelingssysteem pas op zijn vroegst in januari 2027 gereed zal zijn. De Verlengde verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 - die nog voor een groot deel overeenkomt met de in de elf verzoekende gemeenten geldende Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025 - blijft dus voorlopig in de gemeente Ridderkerk van kracht.
