Mijn man en ik staan op het punt te verhuizen. Na een ellenlange zoektocht hebben we eind vorig jaar een ander huis gekocht in Haarlem, waarin we al bijna een half jaar flink aan het klussen zijn. Of beter gezegd: een verbouwing aan het managen zijn.

PropertyNL Magazine, 23 juni 2005


Werkelijk de hele binnenkant van het huis is overhoop gehaald: aanleggen van centrale verwarming, elektriciteit vervangen, nieuwe badkamer, keuken, voorzetwanden, noem maar op. Inmiddels is het eind in zicht en zijn we in de afrondingsfase. Alleen de houten vloer moet nog gelegd worden, keuken geïnstalleerd en vloerbedekking.
Terugkijkend is zo’n zoektocht naar een huis toch wel een interessant proces. Eerst hik je (wij in ieder geval wel) een tijdje tegen de beslissing om te verhuizen aan. Als eenmaal de beslissing is genomen, kan het ook maar beter zo snel mogelijk geregeld zijn. Bezichtiging na bezichtiging, in het begin leuk, ook om een beetje idee te krijgen, maar op den duur word je het toch snel zat, ik in ieder geval wel! Weer ergens een bezichtiging tussen twee afspraken door plannen en dan hopen dat je nog redelijk voorin het rijtje kijkers zit zodat er nog iets te onderhandelen valt. Wat dat betreft is er bij ons in de buurt de afgelopen jaren niet zo gek veel veranderd, de markt is nog steeds vrij overspannen. Een van de weinige verschillen is een duidelijker tweedeling. Net als bij de kantorenmarkt is ook in de lokale huizenmarkt duidelijk sprake van twee markten: prime en secondary. Een handvol huizen dat nauwelijks de markt bereikt en een veel groter aantal waar inderdaad sprake is van een grote ontspanning en waar de koper het voor het zeggen heeft.
Na tig bezichtigingen blijken vereisten en aanbod niet geheel op elkaar aan te sluiten, meestal beperkt door het budget. Dus zullen we ergens een compromis moeten sluiten. Toen we begonnen met zoeken hadden we een uitgebreid eisenpakket. Als je het goed bekijkt een combinatie van twee zaken: enerzijds alle positieve kenmerken van ons huidige huis: centraal gelegen, veel licht en hoge plafonds. En anderzijds alles wat we nu niet hebben en erg missen: grote tuin, degelijke bouw (spouwmuren, dubbel glas, goed geïsoleerd) en veel opbergruimte. Alles bij elkaar een redelijk pakket. We kwamen er al snel achter dat we ergens water bij de wijn zouden moeten doen. Vraag is dan: waar? Lastig te beantwoorden. Maar gelukkig heeft het objectief beantwoorden van die vraag ook helemaal geen zin. We hadden van tevoren wel kunnen zeggen: 'Nou, laat die tuin maar zitten', maar de kans om een geschikt huis te vinden wordt er daarmee echt niet groter op. Altijd weer dat niet te controleren aanbod.
Als ik de beroepsmatige insteek van het beoordelen van vastgoed vergelijk met de privé-insteek, vallen me (achteraf uiteraard) een paar zaken op. De keus voor een huis wordt eigenlijk helemaal bepaald door de ‘klik’. Uiteraard speelt ‘locatie, locatie, locatie’ daarbij een niet te onderschatten rol, maar het zijn toch vooral ook subjectieve, niet direct definieerbare zaken die een rol spelen. Sfeer is er zo een. Bovendien is het geen simpele optelling van kenmerken. En dan kun je beroepsmatig nog zoveel bezig zijn met vastgoed, op die momenten blijkt al snel dat de vastgoedmarkt een toch wel heel lokaal fenomeen is, en emotie een van de belangrijkste doorslaggevende factoren.
Dit vormt een aardig contrast met de commerciële vastgoedmarkt. Hier doen we ontzettend veel moeite om de waardebepalende factoren voor winkels of kantoren tot twee decimalen achter de komma te achterhalen. Nu ik mezelf als particulier in de vastgoedmarkt heb zien opereren, ga ik me afvragen of dit eigenlijk wel zin heeft. In beide markten nemen mensen de beslissingen, en daarom heb ik grote twijfel over het scheiden van emotie en ratio bij het doen van vastgoedzaken, afhankelijk van de beslissing die genomen wordt. Moeten we daarom niet veel meer aandacht besteden aan de rol van emotie en gedrag bij het nemen van vastgoedbeslissingen?