AMSTERDAM - De leegstand van winkels in Overijssel is groter en groeit harder dan landelijk. Het bedrijfsleven vraagt de provincie om de regie op zich te nemen.

De Sociaal Economische Raad (SER) Overijssel is zeer bezorgd over de huidige situatie van de Overijsselse detailhandel. Het leegstandspercentage is er beduidend hoger dan landelijk, en loopt ook nog eens veel sterker op. De SER vindt het belangrijk dat de provincie de taak op zich neemt van regisseur op regionaal niveau. Van belang is daarbij een veel restrictiever optreden ten opzichte van nieuwe ontwikkelingen, tenzij nut en noodzaak overduidelijk zijn aangetoond. Daarnaast zou de provincie kunnen kijken naar impulsen voor innovatie van of innovatieve concepten voor de detailhandel.
In 2012 staat in de provincie Overijssel in totaal 273.000 m2 winkeloppervlak leeg (7,7%). In 2007 was dit 166.000 m2 (5,1%). Landelijk was dat in 2007 4,7%, in 2012 6,6%. Op gemeenteniveau zijn veel verschillen. Bovenaan de lijst staan Almelo en Deventer met 14% leegstand. Alle Twentse grote steden hebben een hoger leegstandspercentage dan het Overijssels gemiddelde.
Desondanks hebben diverse Overijsselse gemeenten nog vele nieuwbouwplannen. Als de winkelmeters van alle projectplannen worden opgeteld en de voorgenomen sloop daarvan wordt afgetrokken, komt dit neer op een mogelijke uitbreiding van het winkelaanbod met zo’n 140.000 m2 winkelvloeroppervlak.
Gedeputeerde Staten van Overijssel zien (voorlopig) de winkelleegstand als lokale aangelegenheid en vinden het voornamelijk een gemeentelijke taak, maar vroegen de SER Overijssel of er toch een provinciale rol ligt op dit terrein. Die ziet de SER in de huidige situatie nadrukkelijk wel. De SER vindt dat de provincie de problematiek prominent op de agenda dient te zetten.