Datum: 19-07-2010 14:53, Bron: PropertyNL Categorie: Overig DEN HAAG - Voor het eind van het jaar starten zes pilots om ervaring op te doen met publiek-private samenwerking (pps) bij bedrijventerreinen, zowel nieuwe als bestaande. De ministers Huizinga van VROM en Van der Hoeven van EZ geven hiermee uitvoering aan een motie van de Kamerleden Pieper (CDA) en Linhard (PvdA), beiden inmiddels uit de Kamer vertrokken. De ervaring in het Verenigd Koninkrijk met de aanleg van bedrijventerreinen dient daarbij als inspiratie.
In het VK is de ontwikkeling en uitgifte van bedrijventerreinen vrijwel volledig in handen van marktpartijen. Deze ervaringen zijn echter niet zonder meer overdraagbaar naar Nederland omdat bestuurlijke tradities en wetgeving in deze landen verschillend zijn. De betrokkenheid van marktpartijen bij de ontwikkeling en het beheer van bedrijventerreinen komt in Nederland nog beperkt tot uitdrukking. Er is meer praktijkervaring wenselijk om de voordelen ervan te kunnen laten zien en vertrouwen en betrokkenheid te stimuleren. Praktijkvoorbeelden kunnen ook bijdragen aan het wegnemen van bezwaren of het aandragen van oplossingen voor eventuele knelpunten. De pilots zijn een uitwerking van het vorig jaar vastgestelde convenant Bedrijventerreinen 2010-2020. De nieuwe aanpak bestaat uit een zorgvuldige planning en duurzame aanleg van nieuwe terreinen, een versnelling van de herstructurering van verouderde terreinen en (meer) regionale samenwerking. Het Rijk heeft een bedrag van € 403,6 mln beschikbaar gesteld voor de herstructurering, waarvan € 107,6 mln voor de periode 2010-2013. Voorstellen voor pilots van marktpartijen en/of gemeenten moeten via de provincies voor 15 september 2010 worden ingediend bij het Rijk. De selectie van de pilots zal plaatsvinden in overleg tussen het Rijk, het IPO en de VNG. Daarbij wordt getoetst op de mate waarin private partijen betrokken zijn, de praktische toepasbaarheid van de aanpak en de potentiële voorbeeldwerking. Uitgaande van een looptijd van de pilots van 1 tot 1,5 jaar komen in het najaar van 2011 de eerste concrete resultaten beschikbaar. |