Datum: 28-07-2010 15:03, Bron: PropertyNL Categorie: Overig ROTTERDAM - Woningcorporaties en ontwikkelaars zijn bezorgd over de gevolgen van de invoering van de EU-beschikking ten aanzien van staatssteun voor woningcorporaties voor hun eigen bedrijfsvoering en de woningmarkt. De invoeringsdatum van de EU-beschikking is weliswaar uitgesteld van 1 oktober 2010 tot 1 januari 2011, maar komt toch snel dichterbij. Dat blijkt uit een enquête door USP Marketing Consultancy onder 80 corporatiedirecteuren en -managers en 140 ontwikkelaars.
De EU-beschikking bestaat grofweg uit twee delen. Enerzijds dat corporaties alleen nog maar staatssteun mogen ontvangen voor de bouw en exploitatie van sociale huurwoningen, maatschappelijk vastgoed en infrastructuur. Anderzijds de invoering van criteria voor de toewijzingen van sociale huurwoningen. Op grond van deze eis moeten corporaties jaarlijks minstens 90% van hun nieuwe en vrijgekomen sociale huurwoningen (met een huurprijs lager dan (€ 647) toewijzen aan huishoudens met een belastbaar inkomen tot € 33.000 bruto per jaar. Ongeveer een op de drie corporaties is het (geheel) niet eens met het eerste deel van de beschikking (beperking voor het ontvangen van staatssteun tot een aantal activiteiten), bijna de helft van de corporaties is het (geheel) niet eens met het tweede deel van de beschikking (toewijzingscriteria). Belangrijkste nadeel dat de corporatiesector hierbij noemt, is dat bepaalde bevolkingsgroepen tussen wal en schip vallen. Ze mogen én niet meer in een sociale huurwoning wonen én hun inkomen laat het niet toe een andere woning te huren of een woning te kopen. Maar ook de beperking van de mogelijkheid voor corporaties om diversiteit in de wijk te creëren door deze maatregel en het effect daarvan op de leefbaarheid wordt genoemd. Ontwikkelaars zijn het logischerwijs vaker eens met beide maatregelen, aangezien zij de huidige manier van staatssteun geven concurrentievervalsing vinden. Maar ook hier zegt 17% het niet eens te zijn met de beperking van de activiteiten waarvoor staatssteun nog mogelijk is en 12% is het niet eens met de toewijzingscriteria voor sociale huurwoningen. Wanneer wordt doorgevraagd blijkt dat er ook bij deze partij geluiden zijn dat men bang is voor het effect op de woningmarkt, de investeringsbereidheid van de corporaties en de diversiteit binnen de wijken door deze maatregelen. Wanneer aan corporaties gevraagd wordt welke aanpassing in de beschikking men het liefst zou willen, blijkt dat men het liefst (46%) de inkomensgrens van € 33.000 naar € 38.000 tot € 40.000 zou laten opschuiven. Men is dus niet per se tegen een inkomensgrens, alleen ligt deze naar mening van de corporaties te laag, waardoor een bepaalde doelgroep tussen wal en schip eindigt. De partijen denken dat door de EU-beschikking er door corporaties met name minder geïnvesteerd gaat worden in nieuwbouwwoningen en specifiek in vrije sector huur- en koopwoningen. Ook de investeringen in bedrijfsvastgoed zullen volgens beide sectoren afnemen. Investeringen in leefbaarheid en maatschappelijk vastgoed zullen er minder onder te lijden hebben. Verder blijkt dat vooral projectontwikkelaars van mening zijn dat woningcorporaties hun investeringsbudgetten voor deze activiteiten zullen gaan verminderen.
|